Naar Menu

loket.amsterdam.nl

Historie
 
Lang voor het begin van onze jaartelling kende men al het gebruik om voor een schuld een onderpand te geven. Het duurt echter nog tot de 13e eeuw alvorens we het instituut bank in de geschiedenis tegenkomen. Meestal waren het gecombineerde leen- en wisselbanken en zijn ze in het noorden van Italië (Lombardije) ontstaan. Deze bankiers, ook wel Lombarden genoemd, verspreidden zich over heel west Europa. Daarmee hebben ze samen met de Joodse geldschieters, ook in ons land de geldhandel geïntroduceerd.
Helaas bleek snel dat met name de gewone burger slachtoffer werd van de woekerrentes die de geldschieters in rekening brachten. Verschillende overheden stelden deze praktijken voortdurend aan de kaak. Vaak vergeefs maar soms werd het verboden.

Het volgende voorbeeld illustreert deze strijd:

Op 6 februari 1477 verordonneerde het Gemeentebestuur van Amsterdam, dat alle panden die in de 'Lombaerdt' stonden voor de komende vastenavond tegen betaling van alleen de hoofdsom, dus zonder berekening van rente en kosten, teruggehaald moesten worden.

Verdere belening van panden werd voortaan uitdrukkelijk verboden. Maar het kwaad was met deze maatregel niet bezworen. Het belenen ging door, eerst in het verborgene, later weer openlijk.

Het recht om binnen de grenzen van Amsterdam een zogenaamde 'Tafele van leninghe' in te stellen, werd door de Vroedschap bij octrooi verleend. In 1614 liep het octrooi, verleend aan Sion Luz, af. Deze geldschieter berekende ook voor die tijd het hoge rentetarief van maar liefst 33¼%. Een doorn in het oog van de bestuurders. Omdat Sion Luz voet bij stuk hield en weigerde het tarief te verlagen, greep de Vroedschap in en stichtte op 25 april 1614 de Stadsbank van Lening. De eerste belening vond op 29 april 1614 plaats. Zoals ook de gevelsteen in de Nes aangeeft.

De Bank zou van nu af aan de consumptieve behoeften van de 'kleyne luyden' lenigen. Maar wie waren die 'kleyne luyden' eigenlijk? Niet alleen de burgerij zo blijkt uit de geschiedenis. De Bank heeft ook klanten met veel aanzien binnen haar muren mogen ontvangen. Johan Maurits van Nassau, Anne van Oostenrijk en Edward III van Engeland waren geziene gasten.

Tot op de dag van vandaag vervult de Bank nog steeds dezelfde rol. Niet alleen aan 'kleyne luyden', maar ook aan zakenmensen, die een tijdelijk tekort aan liquide middelen hebben. Het versje van Balthazar Huydecoper van 1740 op een van de gevelstenen is daarom nog steeds actueel:

Hebt gy noch geld, noch goed: gaa deze deur voorby.
Hebt gy 't laatste, en mist gy 't eerste, kom by my.
Geef pand, ik geef u geld. waarom zoude ik u borgen?
Of is 't u niet genoeg dat gy van 't mynen teert?
Maart eyst gey u pand terug, zo dient ge in tyds te zorgen,
Dat my myn hoofdsom, met de rente wederkeert.
Zo help ik u en my, en toon, aan de onderzoekers
Van myn geheymen, 't graf des eervergeeten woekers.
 
« Terug
 

 Stadsbank van Lening Amsterdam
[+]   Disclaimer
[+]   Colofon
[+]   Aanmelden veilingcatalogus
[+]   Afmelden veilingcatalogus
Home
Zoek     
OK
Menu:

Menu 1:

Menu 2:

Historie
Reglement
Bereken beleenkosten (rente)

Menu 3:

Veilingvoorwaarden
Kijk- en veilingdagen

Menu 4:

Etalage Nes 57

Menu 5:

Adressen
Disclaimer
Colofon
Sitemap
Terug naar boven